Korte verhalen & lange gedichten

De vergadering

De voorzitter stelt vast dat alle leden aanwezig zijn: de gepensioneerde huisarts, de gepensioneerde docent Engels in het voortgezet onderwijs, de docente Frans, nog altijd werkzaam, eveneens in het voortgezet onderwijs, de gepensioneerde docent wiskunde in het middelbaar technisch onderwijs, eerder statisticus bij het CBS, de docente maatschappelijke oriëntatie in het middelbaar beroepsonderwijs, momenteel met onbetaald verlof, de freelance eindredacteur met schrijfaspiraties en hijzelf, sinds vorige week IT-architect bij de Belastingdienst na een drie maanden durend, spannend, maar op een leuke manier spannend, hij kende de tegenkandidaat, intern sollicitatieproces.

‘Het eerste punt,’ zegt de voorzitter. ‘De notulen van de vorige keer. Zijn daar vragen over? Nee? Opmerkingen? Nee? Dan gaan we door naar punt twee: de binnengekomen post. Is er nog post binnengekomen? Nee? Dan gaan we naar punt drie: de evaluatie van de jaarlijkse schrijfactie.’

De huisarts steekt zijn vinger op: ‘Ik zou graag een punt toevoegen aan de agenda.’

De voorzitter knikt.

‘De sleutel,’ zegt de huisarts, ‘de sleutel van het pand. Bij de handtekeningenactie van november lag de sleutel zomaar…’

De voorzitter onderbreekt hem. ‘Ik noteer het als punt vier. Punt vier wordt dan punt vijf, enzovoort. Punt drie: de evaluatie van de schrijfactie. Wat vonden we ervan? Wie mag ik het woord geven?’

De docente maatschappelijke oriëntatie steekt haar hand op. De voorzitter knikt haar bemoedigend toe.

‘Ik persoonlijk,’ ze legt een hand op haar borst, ‘ik kwam thuis en ik was he-le-maal opperdepop. Toen ik thuis kwam zei ik tegen Roel, Roel zei ik, ik ben he-le-maal opperdepop.’

‘Hadden anderen dat ook?’ vraagt de voorzitter. Hij kijkt langzaam de kring rond. De aanwezigen bladeren in hun notulen. De docent Engels schudt zachtjes zijn hoofd. De voorzitter kijkt vragend naar Maatschappelijke oriëntatie.

Maatschappelijke oriëntatie: ‘Om te beginnen de tafels. Daar zaten gewone mensen aan. Gewone bibliotheekbezoekers. Die daar gewoon de krant zaten te lezen. Terwijl, ze waren bedoeld voor de actie, voor de mensen die speciaal voor de schrijfactie kwamen. En de overdracht. De mensen van de volgende shift werden niet wegwijs gemaakt door de mensen van de vorige shift. Iedereen deed maar wat. En verder, los van de chaos in de bibliotheek, heb ik de fakkeltocht erg gemist dit jaar. Ik vind dat heel erg jammer, dat er geen fakkeltocht was. Ik vind, een fakkeltocht voegt echt iets toe. De fakkeltocht hoort er voor mij gewoon bij.’

Frans: ‘Er stonden fakkels voor de deur.’

Maatschappelijke oriëntatie: ‘Maar er was geen fakkeltócht! Ik heb dat gemist.’

‘Voelden meer mensen een gemis?’ vraagt de voorzitter.

De leden zwijgen.

‘We noteren het,’ zegt de voorzitter. Hij knikt naar de eindredacteur.

‘Dan komen we bij punt vier, de sleutel. Wat was er met de sleutel?’ De voorzitter kijkt de huisarts vragend aan.

De huisarts: ‘Wel, tijdens de handtekeningenactie in november, op de markt, lag de sleutel zomaar ergens op een tafel. Er was niemand bij. Die tafel stond dus midden op de markt. Iedereen die langskwam had de sleutel zo in zijn zak kunnen steken.’

De voorzitter: ’Is de sleutel weg?’

De huisarts: ‘Nee gelukkig niet, ik zag het net op tijd, ik heb hem meegenomen, maar in het vervolg, wil degene die de deur openmaakt en de spullen naar de markt brengt de sleutel niet zomaar ergens neerleggen? Iedereen had hem zo in zijn zak kunnen stoppen.’

De voorzitter: ‘Noteren we dat allemaal?’

‘Ik onthoud het zo ook wel,’ zegt Frans.

De huisarts: ‘Ik weet niet wie de deur heeft opengemaakt…’

De voorzitter: ‘Het zal niet meer gebeuren. Punt vijf: de wervingsbrief. De assistente van de regiocoördinator heeft ons gemaild. Volgens haar moet de aanhef boven de brief niet zijn Beste Deventer donateurs, maar Beste Deventerse donateurs. Ik geef het woord aan de opsteller van de brief.’

De eindredacteur kucht: ‘Deventerse? Nee, geen Deventerse!’ Ze krijgt een kleur. ‘Het moet echt Deventerrr zijn, zoals in Deventer koek. Als het nou in Arnhem was…’

‘Hoezo Arnhem?’ vraagt de voorzitter.

‘Nou je hebt Deventer koek en Arnhemse meisjes.’

‘Arnhemse meisjes zijn erg lekker,’ zegt Wiskunde.

Engels en de huisarts grinniken.

‘Maar heeft de assistente van de regiocoördinator hier grammaticaal geen punt?’ vraagt de voorzitter.

‘Kijk, het gaat hier om een dativus possessivus,’ bluft de eindredacteur. ‘Denk aan Edammer kazen, denk aan de Maagdenburger halve bollen.’

Engels, Wiskunde en de huisarts barsten in lachen uit.

Wiskunde: ‘Arnhemse meisjes met Maagdenburger halve bollen!’

‘Heren,’ maant de voorzitter.

‘Ik vind het niet klinken,’ zegt Frans, ‘Deventerse. Alleen daarom al. Ik wil geen lid zijn van een club die Deventerse bovenaan een brief zet. Dat weiger ik.’

Maatschappelijke oriëntatie: ‘Mij maakt het niet uit.’ Ze legt een hand op haar borst. ‘Ik persoonlijk heb niets, maar dan ook echt helemaal niets met spelling. Van mij mag het allebei.’

‘Houd het maar op Deventer,’ zegt de voorzitter tegen de eindredacteur.

De eindredacteur haalt opgelucht adem.

‘Dan zijn we nu toe aan het laatste punt,’ zegt de voorzitter, ‘de volgende vergadering. Mijn voorstel is 3 januari en dan doen we meteen de nieuwjaarsborrel.’

Wiskunde: ‘Nee, dan kan ik niet, dan ga ik met Hetty naar de hotelweek. Dat vinden we altijd heel leuk. Dan kun je een paar dagen in een viersterrenhotel voor maar twintig euro per persoon. Dat doen we elk jaar en dan ’s avonds uit eten en naar de film. Of overdag naar de film, dat doen we ook wel. Overdag naar de film is vaak heel gezellig.’

‘Zes januari dan,’ zegt de voorzitter.

Wiskunde: ‘Dat wordt een beetje lastig. Dan moet ik overdag naar de mondhygiëniste. Ik ga daar vier keer per jaar naartoe want ik heb wat botverlies in de onderkaak. Dan ben ik ’s avonds meestal wat minder, dus doe die maar liever niet.’

‘Zeven januari?’

Wiskunde: ‘Dan hebben we de kleinkinderen en ik kan dat Hetty niet alleen laten doen met die rug van haar. Ze is vorige week nog bij…’

‘Tien januari?’

Wiskunde: ‘Ja, dan kan ik. Ik zet het meteen in mijn telefoon anders vergeet ik het, want aan Hetty heb ik ook niks. Ik vind dat altijd heel handig. Dan komt er een piepje uit mijn telefoon en dan kijk ik en dan zie ik: oh, een vergadering!’

‘Dan wens ik iedereen voor straks een fijne jaarwisseling en voor nu wel thuis,’ zegt de voorzitter.

‘En welterusten,’ zegt Wiskunde.

De huisarts snuift.